Ruimte voor interactie
De belevingswaarden hier gaan over de mate waarin en de wijze waarop het kind verbinding maakt met de wereld om zich heen. Of het spannend is, nieuwsgierigheid wekt, zichtbaar, verleidt, enzovoort. Maar óók of er mogelijkheden zijn om je eruit terug te trekken, de geborgenheid te zoeken, de veiligheid, onzichtbaar te zijn.
Ruimte voor ontwikkeling
Ruimte is voor kinderen HET domein waar ontwikkeling plaatsvindt. Jonge mensen hebben nog weinig barrières en staan dus meer open voor impulsen; de omgeving is hun leerschool. Het gaat om belevingswaarden waar kinderen vermogens aan ontwikkelen als:
- affectieve vermogens (emotie, intuïtie, empathie),
- cognitieve vermogens (begrip, herkenning, kennis),
- fysieke vermogens (motoriek, conditie, kracht).
Ruimte voor verzorging
Deze opgave heeft een meer pragmatisch karakter. Het gaat om de manier waarop we kinderen goed te eten en te drinken geven, helpen bij het spelen, verhalen vertellen, laten slapen, aandacht schenken… Met andere woorden, de vraag hoe we belevingswaarden optimaliseren in ruimten:
- voor het maken, geven en nuttigen van eten (keuken, eettafel, garnituur…),
- om te verzorgen (toiletten, commode, voorraad- en bergruimten…),
- om te slapen (privacy, rust, goede ventilatie, goede verlichting…),
- om te bergen (efficiëntie, hoeveelheid, mate van flexibiliteit…),
- om anderen te ontvangen (de verzorging kent meerdere schalen…),
- om te werken, vergaderen en ontspannen (verzorg óók de verzorgers…).
Veel hiervan staat onder invloed van de wijze waarop wij gewend zijn om te werken (tradities), moeten werken (normen) of vinden dat er gewerkt zou moeten worden (pedagogie). De opgave is om hier maximale bewegingsruimte voor te bieden.
Ruimte voor het goede voorbeeld
We praten hier over wat gevat is in de immanente waarde van het ontwerp. Het is de boodschap die we in z’n totaliteit afgeven en is onafscheidelijk verbonden met onze intentie. Het is het optimisme dat we ermee uitstralen, de durf die we tonen, de bijzonderheden die we cultiveren, de tradities die we koesteren, de bewijzen die we leveren. Het is de houding die we tonen door het gebouw niet als beeld te cultiveren, maar als voorbeeld.
Zo bouwen we lagen van betekenis om onze kinderen, zodat zij zich kunnen verwonderen over hoe bijzonder de wereld is.

Interactie met de natuur
Voor de architect is het niet de bedoeling om elk van de boven genoemde opgaven apart vorm te geven. Het ontwerp moet werken door alle vier de opgaven heen. Zo kan een begroeide wand in het interieur het kind verbinden met z’n omgeving (interactie), cognitieve vermogens stimuleren (planten hebben water nodig), lucht filteren (gezonde ruimten bieden) en het goede voorbeeld geven (kijk, zo vorm je een band met de natuur). Voor ons example of good practice hebben wij daarom het volgende centraal gezet:
Met wat en hoe willen wij dat onze kinderen zichzelf ontwikkelen?
Wij hebben gekozen voor een verbinding met de natuur. We willen van het denken over het vormgeven aan een BSO, als ruimtelijk programma, overstappen naar het denken over hoe we hun leefruimte kunnen verbinden met de rijkdom van de natuur. We verschuiven één letter, zodat de BSO een BOS wordt.

In ontwikkeling
Het example of good practice is nog in ontwikkeling. De voortgang delen we via Facebook, Instagram, LinkedIn en de blog op deze website.


