Omdat het lastig is (en kostbaar) om voor ieder mens apart leefruimten te maken, afgestemd op individuele eisen en wensen, voegt “de markt” graag mensen samen tot grovere eenheden, de zogenaamde doelgroepen. Voor groepen kan men meer gelijkwaardige oplossingen bedenken, m.a.w. is er minder variatie nodig.

Vanuit een pragmatisch oogpunt is deze vorm van “ordenen” goed te begrijpen. Het werken op basis van (doel)groepen ligt dan ook diep verankert in onze wijze van ontwikkelen, is historisch met ons allen vergroeid. 

“Het karakter van het individu is wispelturig en de identiteit van de groep, bepaald op basis van leeftijd, leefstijl, gezinsopbouw, inkomen, enzovoort, veel overzichtelijker!“

Maar goed, daarmee zijn die verlangens van het individu niet minder relevant of actueel. Zeker in een maatschappij die voortdurend in beweging is en zo die relatie tussen dat individu en het collectief doet veranderen. We zien allemaal dat de maatschappij steeds individualistischer wordt en meer “divers” en dat er dus goede redenen zijn om juist hiervoor aandacht te hebben, óók binnen onze ruimtelijk opgave. Zo is er sprake van:

  • minder bindende, traditionele instituten (huwelijk, kerk en politiek),
  • verandering traditionele sociale contacten (impact multi media),
  • toename emancipatie / economische zelfstandigheid van de vrouw (kostwinnerschap),
  • reorganisatie arbeidsmarkt (toename ZZP’ers),
  • groeiende diversiteit in de levensloop van (jonge) mensen,
  • verandering samenlevingsvormen en toename “alleenstaanden”,
  • verandering sociaal maatschappelijk participeren,
  • verandering van houding tot het hebben van “eigen bezit”,
  • enzovoort...

(bron: (o.a.) CBS artikel: Worden we individualistischer?)

“Wat wij waarnemen van menselijk gedrag is een samenspel tussen individuele wensen en de ruimte die de samenleving daarvoor biedt...” 

Al deze veranderingen stimuleren een zekere behoefte die zich manifesteert in bijvoorbeeld een toenemende populariteit van massa maatwerkproducten, waarbij mensen meer eigen keuze hebben zonder dat er direct een dikke portemonnee nodig is. Zie hiervoor de voorbeelden in de autoindustrie (Volvo-configurator), meubelindustrie (IKEA / Tylko) of financiële industrie (hypotheek adviezen).

Al zou de noodzaak tot meer aandacht voor ons karakter eigenlijk moeten voortvloeien uit de ambitie om onze bouwproductie te verrijken, te streven naar vooruitgang... toch?! Daarbij de innovatie en industrialisatie niet alleen toe te spitsen op meer, goedkoper en efficiënter bouwen, om investeerders tevreden te houden, maar om meer mensen toegang te bieden tot meer kwaliteit.

Maar goed, de vraag blijft hetzelfde: hoe geven we een invulling aan het bovenstaande zonder dat alles “anders” moet, een zekere sociale cohesie onder druk komt te staan of we te sterk vervreemden van het huidig ontwikkel- en bouwklimaat. Is er een strategie denkbaar anders dan alleen de opgave vereenvoudigen, die nuance voor het individu saneren, want dat is wat we doen.

Oók de bewegingsruimte ontwerpen

Los van de implementatie lijkt het antwoord zelf vrij simpel: ontwerp niet alleen de ruimte voor mensen, maar óók hun “bewegingsruimte”. We hoeven niet alles letterlijk op maat te maken, het helpt al wanneer we in onze ontwerpen, producten, visies, meer ruimte bieden voor mensen om hun omgeving te personaliseren en zo maatwerk te laten groeien. Dit niet alleen met aandacht voor vaste (ruil)waarden nu, als ook behoeften later.

“Ontwerp niet alleen de ruimte, maar ook de “bewegingsruimte”

Daarbij hoeven we niet perse 100% te scoren of dogmatisch te werken. Er zijn net zoveel wegen naar Rome als wensen van mensen. We kunnen bijvoorbeeld beginnen met wat meer aandacht te geven aan de belevingswaarden van de mens als individu. Thema’s behandelen die ons direct raken, dicht op de huid zitten, wellicht minder uitblinken door hun ruilwaarde, maar dit compenseren door hun concrete invloed op de interactie tussen mens en omgeving. Bijvoorbeeld o.b.v. de volgende drie vragen:

Biedt mijn ontwerp flexibiliteit...?

(...een vrijheid-component)

Flexibiliteit in de brede zin des woords natuurlijk. Geeft het de bewoner de gelegenheid om gemakkelijk te veranderen, te groeien, de ruimte aan te passen? Heeft de bewoner invloed op de plattegronden, op de gevels, op de kleuren, op de materialen? Is er voor, tijdens en na de realisatie ruimte voor keuzes? Geldt die flexibiliteit ook nog na 25 jaar gebruik?

Kortom, kunnen we...

  • ruimten met voldoende (over)maat bieden, zodat bewoners in de gelegenheid zijn om meer, verschillende indelingen te realiseren zonder bouwkundige ingrepen (Polyvalentie),
  • ruimten voor verschillende soorten van gebruik (functies) bieden, zonder dat daarvoor de ruimtelijke indeling of de voorzieningen hoeven worden aangepast (Multifunctionaliteit),
  • de mogelijkheid geven om op een eenvoudige wijze verschillende ruimtelijke indelingen te realiseren met behulp van flexibele, bouwkundige elementen (Veranderbaarheid),
  • de mogelijkheid geven om het totale gebruiksoppervlak door de tijd heen uit te breiden, met ieders levensloop mee te laten groeien (Uitbreidbaarheid),
  • de mogelijkheid geven om functionaliteiten zoals een keuken, het toilet, de badkamer, maar ook wanden in algemene zin, eenvoudig te verplaatsen (Verplaatsbaarheid).

Biedt mijn ontwerp comfort...?

(...een duurzaamheid-component)

Comfort in de zin van de directe, fysieke beleving van de mens. Waarbij je je afvraagt of het huis gezond is voor hem of haar, lekker aanvoelt of dat er middelen geboden worden om in te kunnen spelen op bepaalde fysieke eigenschappen of (over)gevoeligheden.  

Kortom, hoe goed beheersen we...

  • kou en warmte,
  • geluid en akoestiek,
  • daglicht en verlichting,
  • fijnstof en emissies,
  • vocht en droogte.

Maar ook comfort in de zin van “je er senang voelen”, ervaren dat iets bij je past, dat je er mee uit de voeten kan, dat het ontwerp ruimte biedt voor persoonlijke expressie, hobby’s of werk. Kan het huis “uit de anonimiteit stappen” en de eigenschappen krijgen die bij het karakter van de bewoners past? 

Kortom, is het mogelijk om er...

  • goed te leven met een handicap (aanpasbaar bouwen),
  • je er in uit te leven (hufterproof zijn),
  • je eigen stijl te creëren (van casco tot ...),
  • full digital te gaan (wifi, opslag, besturingssystemen).

Of comfort in de zin van “je er op je gemak voelen”.  De aspecten van onze leefomgeving die misschien niet direct palpabel zijn in het huis zelf, maar alles te maken hebben met de bouw of aankoop ervan.

Bijvoorbeeld, weten dat:

  • we meehelpen aan een betere, schonere toekomst (minimale fotoprint),
  • we een goede investering doen (o.b.v. total cost of ownership),
  • we niet omkomen in de schulden (financiële modellen),
  • we niet direct hoeven te verhuizen als er iets verandert,
  • we zuinig zijn met onze middelen (alternatieve energie- of watervoorzieningen).

Biedt mijn ontwerp mensen een “thuis”...?

(... een verbondenheid-component)

Een thuis in de zin van dat we mensen helpen om zich meer verbonden te voelen met hun (leef)ruimte of -omgeving.  Inhoud bieden dat verder reikt dan iets mooi vinden of handig. En al speelt ook hier zoiets als “stijl” een belangrijke rol, het gaat er vooral om dat die relatie tussen mens en omgeving zich positief ontwikkeld.

Kortom, zorgen we ervoor dat mensen...

  • samen met anderen kunnen bouwen, 
  • samen met anderen kunnen delen,
  • samen met anderen kunnen wonen,
  • een eigen inbreng hebben en terugzien, 
  • een sociaal en veilige omgeving ervaren, 
  • een relatie hebben/houden met de lokatie, hun familie, vrienden, werk, enzovoort,
  • goede hulp en/of begeleiding krijgen,
  • inzicht en begrip ontwikkelen (in potentie van hun (leef)omgeving).
“Kan het huis uit de anonimiteit stappen en de eigenschappen krijgen die bij het karakter van de bewoner(s) passen?”

Je eigen huis kopen of bouwen is nog steeds een van de allergrootste ondernemingen in je leven. Er gaat heel veel tijd, energie en geld in zitten. Het is een proces tussen mensen en voor mensen en daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. De bovenstaande vragen dragen hier aan bij.

En natuurlijk overlappen thema’s elkaar of zal in de praktijk niet alles wat we wensen ook mogelijk zijn. We kunnen niet allemaal in een villa wonen... En geld speelt altijd een rol en een belangrijke ook. Maar dat ontslaat ons als architecten en bouwers niet van de opgave om de grens te zoeken tot waar we kunnen optimaliseren. En ons vak is rijk aan verschillende, inventieve oplossingen voor dezelfde behoefte, dus laten we daar gebruik van maken!

Na ruim 20 jaar zijn we begonnen met de ontwikkeling van een nieuw ontwerpproces waarmee we proberen concreet inhoud te geven aan deze zoektocht. Gevat in  8 werkvelden willen we tal van meerwaarden voor onze leefruimte bespreekbaar krijgen zodat we mensen in ieder geval in de gelegenheid stellen om een bewuste keuze te maken. Handig, óók al weet je al precies wat je wilt... 

"Er is vaak meer mogelijk dan we doorgaans op ons netvlies krijgen!"

Naast de ontwikkeling van dit ontwerpproces werken we ook aan een example of good practice, een product waarin we (o.a.) bovenstaande bewegingsruimte een plek geven. Het Motiele huis gaat straks de ruimte, maar ook de bewegingsruimte bieden voor jouw karakter!


Welkom!



Hyacinthweg 13
2565 RE, Den Haag